Handig om te weten als u een zakelijke auto rijdt.

Per rit moet u de volgende gegevens vermelden: • de datum • de begin- en eindstand van de kilometerteller • het adres van vertrek en het aankomstadres. Als u vanaf uw werkadres naar een afspraak rijdt en daarna weer terug, schrijft u de aankomst- en vertrekadressen op van zowel de heen- als de terugreis • de route die u hebt gereden, als u niet de meest gebruikelijke route hebt genomen • of het een privérit is of een zakelijke rit • de privé-omrijkilometers als u tijdens dezelfde rit zakelijke kilometers en privékilometers rijdt Voorbeeld 1 U reist heen en terug van uw woning naar uw werk. U werkt de hele dag op dezelfde plaats. De enkelereisafstand is 40 kilometer. In de rittenregistratie moet u die dag dan 2 ritten registreren: de rit van uw woning naar uw werk en de rit van uw werk naar uw woning. Voorbeeld 2 U reist van uw woning naar uw werk (enkelereisafstand 40 kilometer). Van uw werk reist u naar klant A (30 kilometer), van klant A reist u naar klant B (25 kilometer), van klant B reist u naar klant C (10 kilometer), van klant C reist u weer naar uw werk (15 kilometer) en aan het einde van de werkdag reist u van uw werk naar uw woning (40 kilometer). U moet die dag 6 ritten registreren: • van uw woning naar uw werk • van uw werk naar klant A • van klant A naar klant B • van klant B naar klant C • van klant C naar uw werk • van uw werk naar uw woning Voorbeeld 3 Als u tijdens een zakelijke rit 10 kilometer omrijdt, bijvoorbeeld om uw kind naar het kinderdagverblijf te brengen, dan zijn die 10 omrijkilometers privékilometers.